fbpx

Hoe voer je een risicoanalyse (SORA) voor een PDRA en/of STS uit?

In dit artikel lees je op hoofdlijnen hoe een Europese risicoanalyse uitgevoerd moet worden. De bron is: Easy Access Rules for Unmanned Aircraft Systems (EASA, 2021). Om het artikel niet te groot te maken lees je in dit artikel stap 1 tot en met 6.

Wanneer voer je een risicoanalyse (SORA) uit?

Een SORA is van toepassing als je een operatie wilt uitvoeren, die:

  • niet in de open categorie of gecertificeerde categorie valt;
  • niet wordt gedekt door een STS of PDRA;
  • niet is verboden door de luchtvaartautoriteit.

In het eerdere artikel over vliegen in de specifieke categorie kun je meer lezen over bovengenoemde zaken.

Stel je wilt een SORA doorlopen. Hoe werkt dat dan?

Het handigste is om de volgende stappen te doorlopen:

  1. Een concept operatie (ConOps) omschrijven
  2. De intrinsieke Ground Risk Class (GRC) bepalen
  3. Maak de GRC definitief
  4. Bepaal de initiële Air Risk Class (ARC)
  5. Maak de ARC definitief
  6. Bepaal de Tactical Mitigation Performance Requirement(s) (TMPR)
  7. Stel het Specific Assurance and Integrity Level (SAIL) vast
  8. Identificeer de Operational Safety Objectives (OSO’s)
  9. Check het aangrenzend gebied en luchtruim op risico’s
  10. Maak een portfolio met maatregelen
  11. Bied het portfolio ter goedkeuring aan.

In dit artikel doorlopen we stap 1 tot en met 5.

Terminologie

 Operatie

Onder een operatie verstaan we het luchtwerk dat je uitvoert met de bijbehorende noodsituaties waar je procedures voor uitwerkt. Zowel risico’s op de grond als in de lucht worden betrokken bij de analyse. Er wordt ook gekeken naar aangrenzend gebied, de buffer daartussen én het luchtruim.

SORA sematic model (EASA)

Belangrijke termen in de SORA methode zijn:

Operationele volume

Hiermee wordt de gebied waarin de operatie wordt uitgevoerd bedoeld: de vlucht (flight geography) inclusief het ingrijpen op onvoorziene omstandigheden (contingency volume).

Robuustheid

Hoe ‘stevig’ een maatregel is, hangt af van twee factoren: de ‘integrity (veiligheidswinst) en ‘assurance’ (bewijsmethode of zekerheid).

Sommige maatregelen hebben meer impact dan anderen. Een observer kan de veiligheid verhogen, maar een parachutesysteem heeft bijvoorbeeld meer voordelen tijdens een daadwerkelijke crash. De integriteit is, in dit laatste geval, groter. Een voorbeeld van lage ‘assurance’ is dat de operator verklaart dat een maatregel veilig is, zonder dit te onderbouwen. De zekerheid wordt verhoogd als er bewijs aanwezig is en wordt nog hoger indien een derde, gecertificeerde partij verklaart dat de maatregel voldoet.

Later in de SORA methode zie je dat er een hogere robuustheid wordt vereist, naar gelang de operatie risicovoller is en via de methodiek zo wordt ingeschaald.

Robustness

Stap 1. Schrijf een concept-operatie (ConOps) uit

Een gedetailleerde beschrijving van de beoogde operatie, met relevante technische, operationele en systeeminformatie. Deze zijn nodig om risico’s te beoordelen, die verbonden zijn aan het opereren met de UAS (drone).

Stap 2. Bepaal de intrinsieke Ground Risk Class (GRC)

Het intrinsieke UAS-grondrisico betreft het risico dat iemand wordt geraakt door de UAS. Aan de hand van deze tabel wordt de intrinsieke GRC bepaald. Kies de juiste kolom en selecteer daarna de operatie. Hoe hoger de score, des te groter het risico.

GRC bepalen

De intrinsieke GRC scores voor bepaalde BVLOS operaties moeten nog door de EASA worden vastgesteld (TBD).

 

Stap 3. Maak de GRC definitief

Met behulp van mitigerend maatregelen (de zogenaamde harm barriers) kan de intrinsieke GRC worden aangepast en de definitieve GRC worden berekend. Daarvoor gebruik je tabel 3, maar let op: als je hier een maatregel kiest dan kan het effect (cijfer) de score van de GRC niet verder laten zaken dan de laagste waarde, die je in de geselecteerde kolom van tabel 2 ziet staan. Bij M3 ziet je dat het niet hebben van een noodplan (ERP) leidt tot een verhoging van de GRC.

Controleer of de GRC niet hoger is dan een score van 7. Bij een GRC score van 8 of hoger is de operatie niet mogelijk in de specifieke categorie. Hierdoor kom je automatisch terecht in de gecertificeerde categorie.

GRC final

Stap 4 het bepalen van het initiële luchtrisico (ARC)

Nu bepaal je het luchtrisico, de ARC (Air Risk Class). De beoordeling van het luchtrisico is kwalitatief van aard. Waar mogelijk worden er kwantitatieve gegevens gebruikt ter onderbouwing.

Procedure

Je bepaalt als eerste het initiële luchtrisico waarna je – optioneel – met behulp van strategische mitigerende maatregelen kunt proberen om de operatie in een lagere risicoklasse te schalen.

Relatie met SERA

De Standardised European Rules of the Air (SERA) schrijft voor dat alle toestellen, bemand en onbemand, uit elkaars buurt blijven om botsingen te vermijden. De operatie moet veilig in het operationele volume uitgevoerd kunnen worden en met een ‘see and avoid’ oplossing. In de SORA wordt met deze twee eisen rekening gehouden.

ARC bepaling

Het luchtruim wordt onderverdeeld in ARC’s. Met behulp van onderstaande flowchart bepaal je onder welke initiële ARC de beschreven ConOps operatie valt:

ARC-a / ARC-b / ARC-c / ARC-d

ARC bepaling

 

Uitleg over de risicoklassen

ARC-a wordt gedefinieerd als luchtruim waar het risico op een botsing tussen een drone en een bemand vliegtuig acceptabel klein is, zonder toevoeging van enige tactische mitigerende maatregelen.

ARC-b, ARC-c, ARC-d zijn oplopend qua risico, waarbij zwaardere tactische mitigerende maatregelen nodig zijn (zie stap 7 in de SORA).

Tijdens de operatie kan het operationele volume uit verschillende luchtruimen bestaan. Als aanvrager moet je een luchtrisicobeoordeling uitvoeren voor het gehele bereik van het operationele volume.

 

Stap 5. Maak de ARC definitief

De ‘definitieve’ ARC wordt residual (resterende) ARC genoemd. Om de initiële ARC te verlagen zijn er de volgende mogelijkheden.

A. Directe verlaging naar ARC-a in het operationeel volume

Dit is alleen mogelijk als je kunt aantonen dat de operatie plaatsvindt in a-typisch luchtruim of luchtruim waarin luchtverkeer al wordt gescheiden en dat u voldoet aan aanvullende eisen van de luchtvaartautoriteit.

A-typisch luchtruim kenmerkt zich door:

  • Beperkt toegankelijk luchtruim of gevarenzones;
  • Luchtruim waar bemande vliegtuigen normaal gesproken niet heen kunnen (bijv. Luchtruim binnen 30 meter van gebouwen of constructies);
  • Luchtruimkarakterisering waarbij kan worden aangetoond dat de botsingskans met bemande vliegtuigen (ontmoeting wordt gedefinieerd als een afstand van 3000 ft. horizontaal en ± 350 ft. verticaal) minder is dan 1E-6 per vlieguur;
  • Luchtruim dat niet valt onder Airspace Encounter Categories (AEC) 1 tot en met 12.

B. Verlaging naar een lagere risicoklasse

Hiervoor is allereerst toestemming nodig van de luchtvaartautoriteit. Om het ‘verlagen’ te begrijpen, is het begrip Airspace Encounter Category (AEC) van belang. Dit is verbonden aan het type operatie van de initiële ARC.

ARC verlagingDoor te bewijzen dat de drukte (en dus kans op botsing) van het luchtverkeer in het specifieke operationeel volume lager is dan de risicoklasse waar de initiële ARC vanuit gaat, kan een lager residual ARC aannemelijk gemaakt worden. Zie tabel C2.

Een praktisch voorbeeld is dat je een tijdstip en duur van de operatie kiest waarop er minder verkeer in de lucht is dan gebruikelijk. Dit zorgt voor minder risico op botsingen.

Verlaging ARC

C. Verlaging door regels en structuren

Een derde manier om de initiële ARC te verlagen is door het toepassen van regels en structureren die al gemeengoed zijn in het luchtruim waar de operaties zal plaatsvinden. Een voorbeeld is dat er een systeem is om andere luchtvarenden te informeren (NOTAM’s). Deze maatregel is alleen van toepassing bij operaties onder 400 ft AGL in AEC 7, 8, 9 en 10.

Definitieve beslissing

De operator is verantwoordelijk voor het verzamelen en analyseren van de gegevens die nodig zijn om de effectiviteit van alle strategische mitigerende maatregelen aan de bevoegde autoriteit (ILT) aan te tonen. De ILT besluit over de definitieve residuele ARC-niveau van het luchtruim.

In het volgende artikel nemen we je mee door de stappen 6 tot en met 11.

Verwijzingen naar Europese wetgeving

Meer informatie is onder andere beschikbaar bij EASA: Easy Access Rules Unmanned Aircraft en op de website van ILT. Aanpassingen in aanvullende verordeningen (zoals EU 2020/639 en EU 2020/746) zijn van toepassing.


Wil je een STS, PDRA of LUC? Neem contact op voor een kennismakingsgesprek of plan een afspraak via de website.


 

 

Dronevliegen in de Specific categorie

Dronevliegen in de Specific categorie

Professioneel dronevliegen in de Specific categorieOver standaard scenario’s, PDRA’s en SORA methodiek voor Specific categorie drone-operatorsAls je als operator vanaf 2021 niet voldoende kunt vliegen in de EU open categorie, dan beland je automatisch in de specifieke...

Consultatieronde: kosten specific categorie bekend

Consultatieronde: kosten specific categorie bekend

Zojuist is de start van de internetconsultatie Regels voor onbemande luchtvaartuigen (drones) en uitvoering Europese Verordeningen afgekondigdNieuwe Europese regels Vanaf 31 december 2020 gelden nieuwe, Europese regels voor het vliegen met een onbemand luchtvaartuig...

EU droneregelgeving in de Specific categorie

EU droneregelgeving in de Specific categorie

Mogelijkheden in de Specific categorieDe nieuwe EU regelgeving voor onbemande luchtvaart zijn risicogebaseerd. De regels worden op EU niveau vastgesteld, terwijl de uitvoering op nationaal niveau wordt georganiseerd. Er zal geen onderscheid meer zijn tussen de...

Overgang naar EU regelgeving voor professionele drone-operators

Overgang naar EU regelgeving voor professionele drone-operators

Er gaat veel veranderen, ook voor ROC vergunninghouders.De formele ingangsdatum van de EU-regelgeving voor Unmanned Aircraft System (hierna UAS, drone) is met zes maanden verschoven naar 1/1/2021. Vanaf dat moment start de uitfasering van de huidige nationale...