Blog

Vliegen onder een andere vergunning?

Als je wilt vliegen onder de vergunning van een andere operator of andersom, dan mag dat alleen onder strikte voorwaarden. Er zijn een aantal belangrijk zaken om je te realiseren en om af te spreken.

De OA behoort juridisch bij één UAS-operator

Het uitgangspunt is helder. Artikel 5 lid 1 van 2019/947 bepaalt dat de UAS-operator een operational authorisation moet verkrijgen bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij geregistreerd is. Vervolgens bepaalt UAS.SPEC.040(2):

“The competent authority shall specify in the operational authorisation the exact scope of the authorisation.”

De OA is dus geen generieke toestemming voor een bepaalde soort vlucht, maar een autorisatie die aan de betreffende UAS-operator wordt verleend voor een kader met voorwaarden waarbinnen dit is toegestaan.

Dat zie je ook heel duidelijk terug in de Nederlandse uitvoering. ILT publiceert een overzicht van UAS-operators en vermeldt per operator welke privileges aan diens OA verbonden zijn. 

Wat dus niet kan:

“Bedrijf B vliegt onder de vergunning van bedrijf A.” Bijvoorbeeld reclame maken voor een bedrijf met de vergunning van een ander bedrijf kan dus niet. 

Als het B als bedrijf onderdeel is van bedrijf A, dan is het wel weer toegestaan omdat het onderdeel van dezelfde entiteit is.

Wat wel kan:

“Bedrijf A voert de UAS-operatie uit onder zijn OA en maakt daarbij gebruik van personeel of diensten van bedrijf B.”

Juridisch is het een belangrijk verschil. Daar horen dan ook afspraken bij zoals dat het personeel van bedrijf B door bedrijf A is opgeleid voor de werkzaamheden, de procedures uit het handboek en zijn gedeclareerd bij ILT.

Een remote pilot hoeft niet noodzakelijk werknemer van de OA-houder te zijn

UAS.SPEC.050(1)(b) verplicht de UAS-operator om voor iedere vlucht een remote pilot aan te wijzen:

“The UAS operator shall … designate a remote pilot for each flight…”

Er staat niet dat deze remote pilot in loondienst moet zijn bij de UAS-operator. 

Ook SORA 2.5 maakt dat onderscheid. In de huidige Easy Access Rules omschrijft EASA de UAS-operator als degene die de OA heeft verkregen en vervolgens verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de operatie:

“The UAS operator is responsible for the safe operation of the UAS.”

EASA voegt daar expliciet aan toe dat de correcte uitvoering van procedures, training, programma’s, beperkingen en eisen uit de ConOps de verplichting van de UAS-operator blijft. 

Daaruit volgt dat een piloot van bedrijf B best door operator A kan worden ingezet.

De vraag is altijd: wie is daadwerkelijk de operator?

Stel:

Dronebedrijf A

  • heeft een OA;
  • heeft een SORA/PDRA en OM;
  • neemt de opdracht aan;
  • bepaalt of de operatie binnen de OA valt;
  • voert de operationele planning en risicoanalyse uit;
  • wijst de remote pilot aan;
  • ziet toe op diens competentie;
  • zorgt dat volgens het OM wordt gewerkt;
  • registreert de operatie;
  • beheert afwijkingen/occurrences;
  • draagt de operationele verantwoordelijkheid.

En:

Dronebedrijf B

  • levert een remote pilot;
  • eventueel inclusief drone of ander materieel;
  • werkt volgens het OM en de procedures van A;
  • accepteert tijdens die operatie de operationele structuur van A.

Dan zien wij in 2019/947 geen verbod op deze constructie.

Nu draaien we het voorbeeld om

Stel dat B:

  • zelf de klant werft;
  • zelf de offerte maakt;
  • zelf bepaalt waar en wanneer wordt gevlogen;
  • zelf de vlucht voorbereidt;
  • zijn eigen piloten inzet;
  • zijn eigen drone gebruikt;
  • zelf de go/no-go neemt;
  • zelf de operationele beslissingen neemt;
  • zelf factureert;
  • maar op het vluchtplan het exploitantnummer en de OA van A zet.

Dan is dit juridisch zeer moeilijk verdedigbaar.

De feitelijke UAS-operator lijkt dan immers B te zijn. En B heeft geen OA voor die operatie.

De OA van A fungeert dan feitelijk als een soort verhuurvergunning. Daarvoor zien wij geen grondslag in de regelgeving.

Samenwerken?

Laten we kennismaken

Maak een afspraak

Blog

PDRA vergunningen sneller afgegeven

De doorlooptijden van PDRA vergunningen lopen terug

Vliegen in de Specific category

Veel van onze klanten volgen de Specific opleiding STS en komen er dan pas achter dat er ook een bedrijfsvergunning – of exploitatievergunning – nodig is om in de Specific category te vliegen. Het bedrijf moet ook gecertificeerd worden. Eenmaal als dat geregeld is, kunnen meerdere piloten onder dezelfde vergunning vliegen.

In dit blog gaat het over het vergunningstraject voor PDRA-S01 dat lijkt op de declaratie van het standaardscenario STS-01, maar toch anders is. Vliegen onder PDRA-S01 wordt steeds interessanter, zeker nu ILT soms binnen 20 weken een vergunning afgeeft, terwijl dat voor SORA nog altijd 40 tot 50 weken bedraagt.

Verschil tussen PDRA-S01 en Standaard Scenario STS-01

Een PDRA-S01-exploitatievergunning is de minst risicovolle vergunning volgens de droneregelgeving. Dat is dan ook direct de reden waarom ILT deze sneller kan afgeven. Qua veiligheidsniveau staat het in principe gelijk aan het declareren van standaardscenario 1 (STS-01), maar er zijn een paar verschillen.

Vliegen onder het standaardscenario is relatief eenvoudig: naast het behalen van de STS-01 opleiding als piloot, is een Operationeel Handboek nodig dat je declareert bij ILT. Je hebt dan nog een C5 of C6 label drone nodig én een droneverzekering. Na bevestiging (binnen 1 à 2 weken) kun je al vliegen in de Specific category. ILT komt er pas tijdens de audit achter of het Operationeel Handboek voldoet.

Het nadeel is dat je met het declareren van het standaardscenario nog altijd een aantal dingen niet kunt:

  • Vliegen in civiele CTR’s als Amsterdam, Groningen, Rotterdam, Maastricht en Lelystad
  • Vliegen boven of nabij Vitale Infrastructuur

Dat los je op met een PDRA-S01. Ook die kent beperkingen, maar ook een aantal voordelen, zoals dat je geen C5/C6 drone nodig hebt.

Voordelen zijn:

  • Elk type drone zonder C-label bruikbaar
  • Vliegen in alle CTR’s
  • Vliegen in vrijwel alle ‘rode’ zones, in elk geval ook Vitale Infrastructuur
  • Een formeel Operational Authorisation in tegenstelling tot de declaratie van het standaard scenario.

Nadelen zijn:

  • Vergunning in duurder, zowel bij een consultant als bij ILT. De leges zijn ca. € 1500.
  • Langere doorlooptijd bij ILT van ca. 20 weken (was meer dan 40 weken).

Hieronder staan de voor- en nadelen samengevat in een tabel.

Verschillen STS-01 en PDRA-S01

Meer weten? Download ons gratis e-book of neem deel aan een workshop voor starters in de Specific category.

Meer lezen over de vergunningstrajecten?

Vul je e-mailadres in om ons e-book gratis te ontvangen.

Agenda

Workshops & Trainingen

Bekijk het overzicht van aankomende workshops en schrijf je direct in.

Dinsdag 25 augustus 2026 19:00 – 21:00 Online via Zoom 20 + deelnemers

Training OA Specific category voor vergunninghouders

Met collega's in gesprek over het laatste nieuws van de regelgeving, audits, praktijk en theorie van het professionele dronevliegen.

Door Mark Hullegie € 100,00 ex. BTW (gratis voor abonnees)
Ma 14 september 2026 17:00 – 19:00 Zoom

Introductieworkshop Specific category 14 september 2026

Ben je benieuwd naar het dronevliegen in de Specific category? In deze introductieworkshop krijg je een goed beeld van wat er allemaal bij komt kijken.

Door Mark Hullegie € 100,00 ex BTW
DI 13 JAN 2026 09:00 – 17:00 Utrecht 5-8 deelnemers

Workshop Compliance Management

Hands-on training over compliance management voor vergunninghouders in de Specific categorie.

Door Martijn Zagwijn € 1.295,- ex. BTW Afgelopen
WO 25 FEB 2026 13:00 – 16:00 Online (Zoom) Max 15 deelnemers

Online Workshop EU Regelgeving & SORA

Interactieve online sessie over de laatste EU-verordeningen en het SORA-framework voor drone-operaties.

Door Mark Hullegie € 495,- ex. BTW Afgelopen

Schrijf je in

Samenwerken?

Laten we kennismaken

Gratis adviesgesprEK